ECLI:NL:RBZWB:2023:429

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 januari 2023
Publicatiedatum
26 januari 2023
Zaaknummer
AWB- 22_5144
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.1 Wet open overheidArt. 6:12 AwbArt. 6:15 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen Woo-aanvraag en doorverwijzing naar bezwaar

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank stelt vast dat het beroep rechtsgeldig is ingediend nadat de beslistermijn was verstreken en eiser een ingebrekestelling had gedaan.

Verweerder heeft vervolgens alsnog op de aanvraag beslist. De rechtbank acht het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het tijdig beslissen. Eiser heeft niet gereageerd op de vraag of hij het eens is met het besluit van verweerder, waardoor de rechtbank ervan uitgaat dat hij het niet eens is.

Daarom verwijst de rechtbank het beroep tegen het besluit van 23 november 2022 naar verweerder ter behandeling als bezwaar, conform artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het griffierecht wordt niet vergoed omdat het nog niet is voldaan en er zijn geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit is doorverwezen naar verweerder ter behandeling als bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5144

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 januari 2023 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

en

de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 30 augustus 2022 als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
Partijen zijn het erover eens dat de beslistermijn voor de aanvraag was verstreken voordat eiser op 3 november 2022 beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dit brengt mee dat eiser rechtsgeldig beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
Verweerder heeft op 23 november 2022 alsnog beslist op de aanvraag. Met toepassing van artikel 6:20, derde lid, van de Awb wordt het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen mede geacht te zijn gericht tegen dit besluit.
Niet gebleken is dat eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Bij brief van 8 december 2022 heeft de rechtbank aan eiser de vraag voorgelegd of hij het al dan niet eens is met de beslissing van verweerder. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat als er niet binnen de gestelde termijn van twee weken gereageerd wordt, de rechtbank ervan uit gaat dat eiser het niet eens is met het besluit. In dat geval wordt het beroep verder behandeld op grond van het eerder ingediende beroepschrift.
Eiser heeft tot op heden niet op deze brief gereageerd, zodat de rechtbank ervan uit gaan dat eiser het niet eens is met het besluit van 23 november 2022.
Nu eiser nog geen inhoudelijke standpunten ten aanzien van het Woo-verzoek heeft ingediend, ziet de rechtbank aanleiding het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit van 23 november 2022 te verwijzen naar verweerder ter behandeling als bezwaar (artikel 6:20, vierde lid, van de Awb).
Dit betekent dat de rechtbank het beroepschrift ingevolge artikel 6:15 van Pro de Awb als bezwaarschrift zal doorzenden aan het bestuursorgaan onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Nu dit beroepschrift reeds in bezit is van verweerder zal de rechtbank hem dit niet opnieuw toezenden en volstaan met deze mededeling.
Eiser heeft terecht beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Verweerder hoeft echter niet het griffierecht te vergoeden omdat het griffierecht (nog) niet was voldaan.
Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verwijst het beroep tegen het besluit van 23 november 2022 naar verweerder ter behandeling als bezwaar.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 24 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.