ECLI:NL:RBZWB:2023:4299
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename beperkingen na beëindiging WIA-uitkering binnen vier weken
Eiseres, voormalig orderpicker/productiemedewerker, diende een aanvraag in voor herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid na beëindiging van haar WIA-uitkering. Het UWV besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen totdat een lopende beroepszaak was afgerond, maar beoordeelde later alsnog of er sprake was van toegenomen beperkingen in de periode van 24 december 2020 tot en met 21 januari 2021. De verzekeringsarts B&B concludeerde dat er geen toename van beperkingen was, ondanks het ongeval van 5 december 2020 en de verslechtering van lichamelijke en psychische klachten.
Eiseres stelde dat de beoordelingsperiode onterecht beperkt was en dat haar klachten voortkwamen uit reeds bekende aandoeningen. De rechtbank oordeelde dat het UWV de beoordelingsperiode terecht had beperkt op grond van artikel 57, eerste lid, onder c, van de Wet WIA, en dat de medische beoordeling zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De rechtbank achtte de medische onderbouwing van het UWV voldoende en verwierp het beroep van eiseres.
De uitspraak bevestigt dat de objectieve medische onderbouwing van beperkingen leidend is in de beoordeling en dat ervaren klachten of diagnoses niet doorslaggevend zijn zonder objectief bewijs. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, en zij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen sprake is van toegenomen beperkingen binnen vier weken na beëindiging van de WIA-uitkering.