Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:4304

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juni 2023
Publicatiedatum
22 juni 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2250
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in civielrechtelijke factuurgeschil met minister

Eiseres heeft een factuur gestuurd op basis van een wijzigingsovereenkomst van een dienstverleningsovereenkomst met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De minister heeft het bezwaar tegen het niet betalen van deze factuur aangemerkt als een civielrechtelijke sommatie en weigert de factuur te voldoen.

De rechtbank heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens artikel 1:3 Awb Pro moet sprake zijn van een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt om als besluit te kwalificeren. De rechtbank oordeelt dat de kwestie een civielrechtelijke aangelegenheid betreft en dat de reactie van de minister geen bestuursrechtelijk besluit is.

Daarom is het beroep niet ontvankelijk en verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Het betaalde griffierecht wordt teruggestort en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 juni 2023.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de weigering van de minister om de factuur te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2250

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2023 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de brief van 2 maart 2023 waarin de minister het bezwaar tegen het niet betalen van factuur 20230101 heeft aangemerkt als een civielrechtelijke sommatie en nog steeds weigert om de factuur te voldoen.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Artikel 8:1 van Pro de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die op rechtsgevolg is gericht.
1.1.
Eiseres heeft een factuur gestuurd naar aanleiding van wijzigingsovereenkomst ARVODI-2018 (met contractnummer [contactnummer] ). Deze wijzigingsovereenkomst betreft een aanvulling op en verlenging van de Dienstverleningsovereenkomst die tussen eiseres en de Staat der Nederlanden (te dezen vertegenwoordigd door de minister) is gesloten. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het hier om een civielrechtelijke aangelegenheid. De reactie op het verzoek van eiseres kan daarom niet een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb zijn dat voor bezwaar en beroep vatbaar is. Op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb kan daarom geen beroep worden ingesteld.
2. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren om van het beroep kennis te nemen.
3. Omdat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het ingestelde beroep, zal het door eiseres betaalde griffierecht worden teruggestort. Voor een proceskosten-veroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 22 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.