ECLI:NL:RBZWB:2023:4347
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging huishoudelijke hulp Wmo
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van 23 mei 2023 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk tot beëindiging van zijn voorziening voor huishoudelijke hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de hulp voorlopig voort te zetten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek. Verzoeker overlegde een besluit van 13 april 2023 waaruit bleek dat hij 2,5 uur per week ondersteuning ontving, een zorgovereenkomst en bankafschriften waaruit bleek dat hij €1.500,- spaargeld heeft. Verzoeker gaf geen toelichting waarom hij tijdelijk de hulp niet zelf kan betalen.
Gezien het aanwezige spaargeld achtte de rechter het aannemelijk dat verzoeker de huishoudelijke hulp tijdelijk zelf kan bekostigen. Omdat er onvoldoende onderbouwing was voor een spoedeisend belang, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. De uitspraak werd gedaan op 22 juni 2023 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van huishoudelijke hulp wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.