ECLI:NL:RBZWB:2023:4360
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter voor betalingsregeling belastingaanslag
In deze zaak heeft verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, gericht op een betalingsregeling voor een openstaande belastingaanslag. Verzoekster gaf aan dat zij nog geen antwoord had ontvangen op haar bezwaar, maar het openstaande bedrag wel moest betalen en dit niet kon.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hij onbevoegd is om te beslissen over geschillen betreffende betalingsregelingen bij belastingaanslagen, aangezien dit niet binnen de bestuursrechterlijke bevoegdheid valt. Verzoekster werd geadviseerd zich tot de civiele rechter te wenden voor dergelijke geschillen.
Daarnaast werd vastgesteld dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het besluit waarop het verzoek betrekking heeft niet was overgelegd, ondanks herhaalde verzoeken daartoe. Zonder dit besluit kan de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordelen.
De voorzieningenrechter verklaarde zich daarom onbevoegd voor zover het verzoek betrekking had op de betalingsregeling en verklaarde het verzoek voor het overige niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd voor het verzoek om betalingsregeling en het verzoek om voorlopige voorziening voor het overige niet-ontvankelijk.