ECLI:NL:RBZWB:2023:4361
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschriften tegen teruggaafbeschikkingen 2018 en 2019 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur over de jaren 2018 en 2019 beroep ingesteld. De inspecteur had de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat de suppleties te laat waren ingediend. De rechtbank oordeelt dat de bezwaren inderdaad te laat zijn ingediend en dat deze termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is.
De rechtbank bevestigt dat suppleties juridisch gezien als bezwaarschriften worden aangemerkt en dat de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar ook op suppleties van toepassing is. Belanghebbende heeft de suppleties pas ruim na deze termijn ingediend, zonder geldige reden voor de overschrijding.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd om te oordelen over de afwijzing van verzoeken om ambtshalve vermindering door de inspecteur, aangezien deze besluiten niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn en alleen via de civiele rechter kunnen worden aangevochten.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van de bezwaren en de rechtbank is onbevoegd ten aanzien van ambtshalve vermindering.