ECLI:NL:RBZWB:2023:4381
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling wegens onjuiste datum reclasseringsrapport
De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van een aan betrokkene opgelegde voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Deze plaatsing was opgelegd voor twee jaar met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht bij de reclassering en verblijf in een beschermde woonvorm.
De vordering van de officier van justitie van 12 april 2023 was gebaseerd op een advies van de reclassering met betrekking tot voortijdige negatieve beëindiging van het toezicht. De rechtbank constateerde dat in de vordering werd verwezen naar een reclasseringsrapport met een onjuiste datum, namelijk 30 maart 2023, terwijl het daadwerkelijke advies dateerde van 6 april 2023 en ter vervanging diende van het eerdere advies.
Gezien deze onjuistheid in de datum van het reclasseringsrapport oordeelde de rechtbank dat de vordering van de officier van justitie niet ontvankelijk was en wees deze af. De beslissing werd uitgesproken op 23 juni 2023 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af vanwege een onjuiste datum in het reclasseringsrapport.