De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot ontkenning van het vaderschap van een minderjarige geboren binnen het huwelijk van de man en vrouw. De man verzocht de ontkenning van zijn juridische vaderschap omdat hij sinds september 2021 wist dat hij vermoedelijk niet de biologische vader was. Het verzoek werd tijdig ingediend en ondersteund door een verwantschapsonderzoek van Verilabs, dat uitsloot dat de man de biologische vader was.
De vrouw voerde geen verweer en ook de bijzondere curator, benoemd voor het belang van de minderjarige, achtte een mondelinge behandeling niet noodzakelijk en adviseerde toewijzing van het verzoek. De rechtbank oordeelde dat het juridisch vaderschap in overeenstemming moest worden gebracht met de feitelijke situatie, wat in het belang van de minderjarige is.
Daarom verklaarde de rechtbank de ontkenning van het vaderschap gegrond en beëindigde de rol van de bijzondere curator in deze procedure. Tevens werd bepaald dat, indien geen hoger beroep wordt ingesteld, een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand wordt gezonden.