ECLI:NL:RBZWB:2023:4409
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van de Merbel
- Dijkman
- Slot
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens bedreiging ontwikkeling minderjarige en benoeming voogd
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 juni 2023 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om het ouderlijk gezag van beide ouders over de minderjarige te beëindigen. De minderjarige verblijft sinds 2018 niet meer bij zijn ouders, maar in een gezinshuis, na diverse uithuisplaatsingen en onder toezicht van de gecertificeerde instelling.
De Raad stelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door een onveilige opvoedsituatie, wisselende verblijfplaatsen en onvoldoende betrokkenheid van de ouders. De moeder heeft een problematisch verleden en is nauwelijks betrokken bij de hulpverlening. De vader is onvoldoende betrouwbaar en de samenwerking tussen de ouders is wisselend en onvoorspelbaar.
De ouders verzetten zich niet tegen de plaatsing in het gezinshuis, maar zijn onvoldoende in staat om de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn op zich te nemen. De rechtbank oordeelt dat voortzetting van het gezag schadelijk is voor de minderjarige en wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag toe. De gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd om de belangen van de minderjarige te behartigen en het contact met de ouders te monitoren.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ouders worden veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van de minderjarige aan de voogd. De rechtbank benadrukt dat beëindiging van het gezag niet het ouderschap wegneemt en verwacht dat de ouders zich blijven inzetten voor positief contact met de minderjarige.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van beide ouders wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd.