Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid per 8 januari 2021 werd vastgesteld op 61,50%. De rechtbank beoordeelt de medische beperkingen en de geschiktheid van de functies die het UWV aan de berekening ten grondslag heeft gelegd.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeert dat eiser complexe fysieke en psychische beperkingen heeft, met een belastbaarheid vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 4 november 2022. Eiser betwistte enkele beperkingen, maar de rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de beperkingen adequaat zijn vastgesteld.
De arbeidsdeskundige b&b heeft drie functies als passend aangemerkt: textielproductenmaker, machinaal metaalbewerker en productiemedewerker industrie. Eiser betwistte de geschiktheid van deze functies vanwege overschrijding van zijn belastbaarheid. De rechtbank oordeelt dat de functies textielproductenmaker en productiemedewerker industrie passend zijn, maar dat de functie machinaal metaalbewerker niet geschikt is vanwege regelmatige overschrijding van belastbaarheid bij lopen, staan en getordeerd actief zijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed en worden proceskosten van € 2.092,50 toegewezen.