Eiser heeft op 4 oktober 2021 een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Breda om handhavend op te treden tegen overlast op een skatebaan. Het college heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken beslist, waardoor eiser op 20 april 2022 beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat het college pas op 31 mei 2022 gedeeltelijk heeft beslist en dat de beslistermijn voor het onderdeel geluidsoverlast niet rechtsgeldig is opgeschort. Partijen zijn in onderling overleg overeengekomen de uitkomsten van een geluidsmeting af te wachten. Het college heeft aangegeven uiterlijk 1 september 2023 te zullen besluiten over het laatste onderdeel.
De rechtbank legt het college een beslistermijn op tot uiterlijk 1 september 2023 en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Daarnaast stelt de rechtbank een reeds verbeurde dwangsom van €1.442 vast. Het beroep tegen het besluit van 31 mei 2022 wordt verwezen naar het college voor behandeling als bezwaar. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.