Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van handelen in hennep en gekwalificeerde diefstal. Het openbaar ministerie vordert ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tijdens de strafzaak werd een schriftelijke voorbereidingsprocedure bevolen met een termijn voor het indienen van de conclusie van eis op 8 augustus 2022.
De officier van justitie diende de conclusie echter pas op 24 februari 2023 in, na het vonnis in de zaak tegen een medeverdachte. De verdediging stelde dat hierdoor het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de termijn en het ontbreken van verschoonbaarheid.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig indienen van de conclusie niet leidt tot niet-ontvankelijkheid, omdat de schriftelijke procedure een kan-bepaling is en de ontnemingsvordering zelf tijdig is ingesteld. Er is geen ernstige inbreuk op het recht op een eerlijk proces. De rechtbank verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk en beveelt een nieuwe schriftelijke voorbereidingsprocedure met duidelijke termijnen.