ECLI:NL:RBZWB:2023:4478
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar pgb ingangsdatum Wmo
Eiser maakte bezwaar tegen de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg gehanteerde ingangsdatum van een toegekend persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het college had aanvankelijk de aanvraag afgewezen, maar deze later gewijzigd met een ingangsdatum van 1 oktober 2021. Eiser stelde dat de ingangsdatum eerder, namelijk 1 april 2021, had moeten zijn en handhaafde zijn bezwaar voor zover dit betreft.
De rechtbank beoordeelde of eiser voldoende procesbelang had bij het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De rechtbank oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat het geschil ziet op een inmiddels afgesloten periode en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zorg heeft ontvangen of kosten heeft gemaakt in die periode. Tevens is niet gebleken dat eiser schade heeft geleden, mede omdat de overgelegde facturen onvoldoende specificeren waarvoor zij zijn en er geen facturen zijn overgelegd voor het eerste deel van de periode.
Verder stelde de rechtbank vast dat een inhoudelijk oordeel over de ingangsdatum niet relevant is voor toekomstige perioden, aangezien eiser voor een latere periode opnieuw een indicatie voor pgb heeft ontvangen die loopt tot 30 september 2023. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.