ECLI:NL:RBZWB:2023:4488
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling lagere WOZ-waarde en vergoeding proceskosten na compromis
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €239.000 van zijn woning per 1 januari 2020, waarop de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2021 baseerde. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 2 juni 2023 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd verlaagd naar €230.000. Tevens spraken zij een vergoeding af voor de proceskosten van belanghebbende, inclusief kosten voor rechtsbijstand en het taxatierapport, en de griffierechten. De rechtbank volgde dit compromis en verklaarde het beroep gegrond.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar, vermindert de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienovereenkomstig, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 28 juni 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €230.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.