Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek, tevens houdende een eis in reconventie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
VGZ vordert betaling van €500 aan onbetaalde zorgpremies en zorgkosten van [gedaagde in conventie], die een betalingsachterstand heeft opgebouwd over verschillende perioden. [gedaagde in conventie] erkent de hoofdsom en wil een betalingsregeling treffen, maar betwist de vordering over oudere jaren wegens verjaring.
De rechtbank oordeelt dat vorderingen van vóór 19 december 2016 verjaard zijn omdat niet is komen vast te staan dat stuitingsbrieven de gedaagde hebben bereikt. De vorderingen vanaf 18 maart 2017 zijn niet verjaard en de vordering wordt beperkt tot €500, welk bedrag wordt toegewezen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
De tegenvordering van [gedaagde in conventie] wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze pas bij conclusie van dupliek is ingesteld, terwijl dit volgens de wet bij het antwoord op de dagvaarding had moeten gebeuren. Proceskosten worden toegewezen aan VGZ, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van VGZ tot betaling van €500 met rente toe en verklaart de tegenvordering niet-ontvankelijk wegens te late indiening.