Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
subsidiair:in de periode van 5 augustus 2012 tot en met 31 december 2015 met [aangeefster01] , die toen nog geen zestien jaar oud was, meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zedenzaak tegen verdachte die wordt verdacht van meermalen ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode 2012-2015. Tijdens de zitting op 16 juni 2023 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer en het door haar geschreven boekje, waarbij werd aangevoerd dat de verklaringen inconsistent en niet concreet zouden zijn.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van het slachtoffer op hoofdlijnen consistent en gedetailleerd zijn, maar ook verschillen vertonen. Van belang is dat de gedragingen ongeveer tien jaar geleden plaatsvonden en dat het slachtoffer pas later hierover begon te verklaren. Tevens is onvoldoende duidelijk in hoeverre tijdsverloop, de invloed van het gezin, de rol van de vader en een EMDR-behandeling van het slachtoffer van invloed zijn geweest op de verklaringen.
Gezien het feit dat zedenzaken vaak slechts gebaseerd zijn op verklaringen van het slachtoffer en verdachte, en artikel 342 Sv Pro vereist dat het bewijs niet uitsluitend op één getuige mag steunen, acht de rechtbank het onderzoek niet volledig. Daarom wordt het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd. De rechtbank stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris voor benoeming van een deskundige die de betrouwbaarheid van de verklaringen en het boekje onderzoekt. De zaak zal worden hervat zodra het rapport beschikbaar is.
Uitkomst: Onderzoek wordt heropend en geschorst voor nader deskundigenonderzoek naar betrouwbaarheid verklaringen slachtoffer.