ECLI:NL:RBZWB:2023:4540
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluitingsbevel woning wegens drugshandel op grond van de Opiumwet
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Etten-Leur om zijn woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat bij een politie-inval handelshoeveelheden drugs en attributen voor drugshandel waren aangetroffen.
De rechtbank stelt vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de aangetroffen drugs en omstandigheden voldoende bewijs vormen voor drugshandel vanuit de woning. Eiser voerde aan dat de sluiting onevenredig is vanwege psychische klachten en het ontbreken van overlast, maar de rechtbank acht de verklaringen van de politie en buurtbewoners die wel overlast melden overtuigender.
De rechtbank overweegt dat de sluiting een geschikt en noodzakelijk middel is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. De gevolgen van de sluiting, waaronder het tijdelijk moeten verlaten van de woning, zijn niet onevenredig gelet op de omstandigheden en de geboden voorzieningen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de burgemeester. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het sluitingsbevel wordt ongegrond verklaard en het besluit van de burgemeester bevestigd.