ECLI:NL:RBZWB:2023:4545
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2016 vernietigd wegens vertrouwensbeginsel bij verhaalsbijstand
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016, waarbij een bedrag van €5.770 aan verhaalsbijstand niet als negatief loon werd geaccepteerd. De verhaalsbijstand betreft betalingen aan de gemeente wegens onderhoudsbijdragen voor minderjarige kinderen. De inspecteur handhaafde de aanslag en belastingrente, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de verhaalsbijstand geen negatief loon is, maar een verhaal van door de gemeente betaalde uitkeringen. Volgens de wet is alleen verhaalsbijstand voor de (ex-)partner aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek, niet voor kinderen. Belanghebbende stelde dat de situatie per 2015 was gewijzigd en dat de verhaalsbijstand onterecht als onderhoudsbijdrage voor kinderen was aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet slaagde in zijn bewijs dat de verhaalsbijstand niet op de kinderen ziet. Wel is het beroep op het vertrouwensbeginsel gegrond omdat de inspecteur in 2014 de verhaalsbijstand als negatief loon accepteerde zonder beperkingen te stellen. Hierdoor mocht belanghebbende in 2016 vertrouwen op aftrekbaarheid. De navorderingsaanslag en belastingrente worden daarom vernietigd.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag IB/PVV 2016 en belastingrentebeschikking worden vernietigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2016 en de beschikking belastingrente worden vernietigd vanwege het vertrouwensbeginsel.