ECLI:NL:RBZWB:2023:4553
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invorderingsrente en -kosten aanslagen gemeentelijke belastingen 2018
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 juni 2023 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil tussen de erven van belanghebbende en de invorderingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant over invorderingsrente en -kosten bij aanslagen gemeentelijke belastingen over 2018.
De invorderingsambtenaar had aan belanghebbende aanslagen rioolheffing, afvalstoffenheffing, watersysteemheffing en zuiveringsheffing opgelegd, met een totaalbedrag van €729,18. Na uitblijven van betaling werden invorderingskosten van €133,- in rekening gebracht en een beschikking invorderingsrente van €30,- vastgesteld. Belanghebbenden voerden aan dat zij ten onrechte tweemaal invorderingskosten en te veel invorderingsrente hadden betaald.
De rechtbank stelde vast dat de invorderingskosten slechts eenmaal in rekening waren gebracht en dat de betaling correct was toegerekend. Tevens was slechts eenmaal invorderingsrente van €30,- berekend, conform de geldende rentepercentages en wettelijke bepalingen. Belanghebbenden konden niet aannemelijk maken dat een extra bedrag van €24,- invorderingsrente was geheven.
Op basis van deze feiten en de toepasselijke wet- en regelgeving concludeerde de rechtbank dat de invorderingsambtenaar niet te veel kosten en rente had geheven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de beschikking invorderingsrente bleef in stand en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de beschikking invorderingsrente en -kosten wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.