Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 22 augustus 2022 over de ongewijzigde voortzetting van haar WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zeventien weken na afloop van de bezwaartermijn beslist, ondanks een verlenging van zes weken. Nadat eiseres het UWV op 17 maart 2023 in gebreke stelde en twee weken verstreken waren zonder besluit, stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. De rechtbank beveelt het UWV binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat het UWV te laat is.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht van € 50,- en proceskosten van € 418,50 aan eiseres, omdat het beroep alleen ziet op de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 29 juni 2023.