Eiseres, werkzaam als verkoopster sanitair, werd sinds 2013 ziekgemeld en aanvankelijk voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt bevonden, waarop zij een loongerelateerde WGA-uitkering ontving. Na een verzoek tot herbeoordeling door de werkgever in 2020, stelde het UWV op 18 juni 2021 vast dat eiseres slechts 19,18% arbeidsongeschikt was en beëindigde de loonaanvullingsuitkering.
Eiseres betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zij gezien haar psychische en medische beperkingen niet belastbaar is en dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name over de geschiktheid van geduide functies. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een verzekeringsarts die alle relevante medische informatie had betrokken en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) betrouwbaar was vastgesteld.
De arbeidsdeskundige had vastgesteld dat eiseres niet geschikt was voor haar eigen functie, maar wel voor drie andere functies die binnen haar belastbaarheid vielen. De rechtbank vond dat de arbeidsdeskundige deze functies voldoende had onderbouwd, ook ondanks een kennelijke verwisseling van sbc-codes in de rapportage.
De rechtbank concludeerde dat eiseres op 18 juni 2021 in staat was arbeid te verrichten binnen de beperkingen die waren vastgesteld en dat het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering had beëindigd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen vergoeding van proceskosten.