ECLI:NL:RBZWB:2023:460

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2023
Publicatiedatum
27 januari 2023
Zaaknummer
AWB- 22_638
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en beëindiging loonaanvullingsuitkering Wet WIA

Eiseres, werkzaam als verkoopster sanitair, werd sinds 2013 ziekgemeld en aanvankelijk voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt bevonden, waarop zij een loongerelateerde WGA-uitkering ontving. Na een verzoek tot herbeoordeling door de werkgever in 2020, stelde het UWV op 18 juni 2021 vast dat eiseres slechts 19,18% arbeidsongeschikt was en beëindigde de loonaanvullingsuitkering.

Eiseres betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zij gezien haar psychische en medische beperkingen niet belastbaar is en dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name over de geschiktheid van geduide functies. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een verzekeringsarts die alle relevante medische informatie had betrokken en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) betrouwbaar was vastgesteld.

De arbeidsdeskundige had vastgesteld dat eiseres niet geschikt was voor haar eigen functie, maar wel voor drie andere functies die binnen haar belastbaarheid vielen. De rechtbank vond dat de arbeidsdeskundige deze functies voldoende had onderbouwd, ook ondanks een kennelijke verwisseling van sbc-codes in de rapportage.

De rechtbank concludeerde dat eiseres op 18 juni 2021 in staat was arbeid te verrichten binnen de beperkingen die waren vastgesteld en dat het UWV terecht de loonaanvullingsuitkering had beëindigd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de loonaanvullingsuitkering wordt terecht beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/638

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.N.G. Blok),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde verweerder] )
Aan dit geding heeft verder deelgenomen:
[naam derde partij], gevestigd in [plaatsnaam] , derde partij (hierna: werkgever).

Inleiding

Het UWV heeft bepaald dat eiseres vanaf 18 juni 2021 meer arbeidsgeschikt is dan voorheen. De mate van de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 38,69%. De hoogte van haar loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA wijzigt de eerste 24 maanden niet.
In bezwaar heeft het UWV dit besluit herroepen en is vastgesteld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, namelijk 19,18%. Het UWV heeft de loonaanvullingsuitkering zes weken na deze beslissing beëindigd.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 23 december 2021.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De werkgever heeft verklaard als derde-partij aan het geding te willen deelnemen en heeft schriftelijk gereageerd. Eiseres heeft toestemming gegeven om medische gegevens te delen met haar werkgever.
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Wat ging aan deze procedure vooraf

1. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als verkoopster sanitair voor gemiddeld 39,87 uur per week. Op 20 september 2013 heeft eiseres zich ziekgemeld vanwege gezondheidsklachten. Per einde wachttijd en bij herbeoordeling in 2016 heeft het UWV eiseres 80 tot 100% arbeidsongeschikt bevonden. Vanaf 18 augustus 2017 ontving zij een loongerelateerde WGA-uitkering naar dat percentage.
2. De werkgever heeft op 26 oktober 2020 verzocht om een herbeoordeling. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.

Wat vindt het UWV

3. Het UWV vindt dat eiseres op 18 juni 2021 19,18% arbeidsongeschikt is en heeft daarom besloten om de loonaanvullingsuitkering te beëindigen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts van 20 mei 2021
.In de bezwaarprocedure heeft de verzekeringsarts de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangevuld met een algemene opmerking. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de FML van 1 november 2021
.Omdat er alleen bezwaargronden zijn ingediend tegen de geduide functies is eiseres niet onderzocht door een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 19 november 2021
.

Wat vindt eiseres

6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij vindt dat zij gezien haar psychische/medische beperkingen op dit moment in het geheel niet belastbaar is.
7. Volgens eiseres is de arbeidsdeskundige B&B uitgegaan van onjuiste feiten ten aanzien van de geduide functies. Het onderzoek heeft in ieder geval onvoldoende zorgvuldig plaatsgevonden en het bestreden besluit is daarmee onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Verder valt het eiseres op dat de arbeidsdeskundige B&B bij de ‘arbeidsdeskundige onderbouwing bij functieduiding’ de functie met sbc-code 315140 niet heeft uitgewerkt, maar in plaats daarvan de functie met sbc-code 315133. Hierdoor heeft de arbeidsdeskundige B&B in het geheel niet gemotiveerd en onderbouwd waarom eiseres geschikt zou zijn voor de functie met sbc-code 315140.
8. Eiseres vindt verder dat zij voor alle geduide functies niet geschikt is, omdat zij gezien haar medische beperkingen niet kan omgaan met (tijds)druk. Ook kan zij geluid niet goed verdragen, kan zij niet veel prikkels aan en heeft zij moeite zich te concentreren. In alle geduide functies is er sprake van (tijds)druk en moet er geconcentreerd gewerkt worden. In de functie medewerker wasserette en montagemedewerker is er sprake van te veel geluid.

Wat vindt de rechtbank

9. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres geen recht meer heeft op een uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 18 juni 2021 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
10. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op 18 juni 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht meer heeft op een loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Medische grondslag van het bestreden besluit
Het onderzoek
11. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De verzekeringsarts heeft kennis genomen van het dossier. Zij heeft eiseres gezien en onderzocht op een spreekuur. De door eiseres ingebrachte medische informatie heeft zij meegewogen in haar beoordeling. De rechtbank vindt ook dat de verzekeringsarts op een zorgvuldig en duidelijke manier alle naar voren gebrachte psychische klachten heeft betrokken bij de medische beoordeling. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat de verzekeringsarts aspecten van de medische situatie van eiseres heeft gemist.
De beoordeling van de belastbaarheid
12. De rechtbank is verder van oordeel dat de verzekeringsarts de medische belastbaarheid van eiseres op 18 juni 2021 in het rapport op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. Omdat eiseres het standpunt niet met medische informatie heeft onderbouwd, ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de medische belastbaarheid van eiseres zoals de verzekeringsarts die heeft vastgesteld.
13. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres op 18 juni 2021 in staat moet worden geacht arbeid te verrichten als daarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen die door de verzekeringsarts zijn vastgesteld.
Arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
14. De arbeidsdeskundige heeft op grond van de FML van 1 november 2021 vastgesteld dat eiseres niet geschikt is voor haar eigen werk als verkoopster sanitair, omdat deze functie haar belastbaarheid overschrijdt. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens functies geselecteerd die eiseres in theorie nog wel kan uitvoeren. Tijdens de bezwaarfase heeft de arbeidsdeskundige op verzoek van de arbeidsdeskundige B&B opnieuw het CBBS-systeem geraadpleegd om na te gaan of er niet toch voldoende functies kunnen worden geduid waarmee eiseres in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse terecht komt. Dat heeft drie, deels andere, functies (en één reservefunctie) opgeleverd. De arbeidsdeskundige B&B vindt dat deze functies nog steeds geschikt zijn voor eiseres. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de arbeidsdeskundige B&B van onjuiste feiten is uitgegaan.
De arbeidsdeskundige B&B heeft de volgende functies voor de schatting gebruikt:
- ( sbc-code 111180) productiemedewerker industrie;
- ( sbc-code 315140) medewerker postverzorging;
- ( sbc-code 111161) medewerker kleding en textielreiniging.
15. De arbeidsdeskundige B&B heeft in haar rapport voldoende uitgelegd waarom deze functies geschikt zijn voor eiseres. De arbeidsdeskundige B&B heeft de knelpunten beoordeeld en toegelicht waarom de functies geschikt zijn. Deze toelichtingen zijn voor de rechtbank begrijpelijk. De rechtbank vindt dan ook dat het UWV voldoende duidelijk heeft onderbouwd, dat eiseres in staat is de functies te vervullen. Dat geldt ook voor de functie met sbc-code 315140. In de ‘arbeidsdeskundige onderbouwing bij functieduiding’ is er sprake geweest van een kennelijke verwisseling van de functie met sbc-code 315140 en de functie met sbc-code 315133. Uit de ‘arbeidsdeskundige onderbouwing bij functieduiding’ en de motivering van de signaleringen blijkt dat de arbeidsdeskundige B&B wel de juiste functie heeft beoordeeld. De rechtbank volgt eiseres daarom niet in haar stelling dat de arbeidsdeskundige B&B in het geheel niet heeft gemotiveerd en onderbouwd waarom eiseres geschikt zou zijn voor de functie met sbc-code 315140.
16. De stelling van eiseres dat zij de functies gezien haar klachten en beperkingen niet kan verrichten is in feite gericht tegen de vastgestelde FML. Bij het selecteren van functies die eiseres in theorie nog wel kan uitvoeren zijn niet de ervaren klachten en beperkingen van eiseres, maar de beperkingen in de vastgestelde FML het uitgangspunt. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat er geen reden is om aan die vaststelling van de FML te twijfelen.
17. De arbeidsdeskundige en de arbeidsdeskundige B&B hebben berekend dat eiseres op 18 juni 2021 met de middelste van de drie geduide functies 80,82% kan verdienen van het loon dat zij verdiende met haar eigen werk, zodat zij voor de overige 19,18% arbeidsongeschikt is.

Conclusie en gevolgen

18. Het UWV heeft terecht besloten om de loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA van eiseres te beëindigen, omdat zij per 18 juni 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
19. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten of het betaalde griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 januari 2023 door mr. R.J. van Lochem, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.