Eiseres, werkzaam als logistics service coördinator, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in juni 2018. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid per 2 juli 2020 vast op 26,93% en wees de uitkering af. Eiseres voerde aan dat zij minder uren kon werken dan het UWV aannam en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat zij niet persoonlijk werd gezien door een verzekeringsarts.
De rechtbank behandelde het beroep op 29 december 2022 en concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de arts bezwaar en beroep, die alle klachten en medische informatie meewegde. Het ontbreken van een spreekuurcontact werd gemotiveerd en geaccepteerd omdat het klachtenbeeld dit niet vereiste.
De rechtbank vond de urenbeperking van 30 uur per week, vastgesteld door de arts B&B, reëel en voldoende onderbouwd. Eiseres kon dit niet met medische gegevens onderbouwen. Ook de arbeidsdeskundige B&B concludeerde dat het werk dat eiseres verricht passend was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering per 2 juli 2020.