Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[eiser01] V.O.F.,
2.
[eiser02],
3.
[eiser03],
1.De procedure
- de akte van [eisers01] . met de aanvullende producties 11 tot en met 16;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiser betaling van openstaande facturen en gemaakte parkeerkosten in het kader van een overeenkomst van aanneming van werk. Na een tussenvonnis waarbij eiser in de gelegenheid werd gesteld bewijs te leveren van de parkeerkosten, heeft eiser aanvullende facturen en parkeerbonnen overgelegd.
Gedaagde heeft afgezien van een antwoordakte en zich verwezen naar het eerdere oordeel van de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat eiser met de overgelegde bewijsstukken heeft aangetoond dat de parkeerkosten daadwerkelijk zijn gemaakt en wijst dit deel van de vordering toe.
Daarnaast wijst de rechtbank een bedrag van € 28.548,72 toe uit de hoofdsom en wijst een bedrag van € 9.239,50 af. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 29.401,82, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 28 september 2021. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 29.401,82 met wettelijke rente en in proceskosten.