ECLI:NL:RBZWB:2023:4639
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vorderingen winstdeling en leningen
Eiser stelde vorderingen tegen gedaagden wegens een winstdelingsafspraak en diverse geldleningen. Hij claimde dat er een samenwerkingsovereenkomst bestond waarbij winst gelijk verdeeld zou worden en dat hij leningen had verstrekt die onbetaald bleven.
Gedaagden voerden verweer dat er geen persoonlijke afspraken met eiser waren, slechts met zijn holdings, en dat de leningen niet aan eiser persoonlijk toekwamen. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij persoonlijk vorderingsgerechtigd was, aangezien de overgelegde facturen en bewijsstukken niet duidelijk maakten dat de afspraken direct met hem waren gemaakt.
Ook met betrekking tot de geldleningen was niet aannemelijk dat eiser persoonlijk recht had op terugbetaling, mede omdat betalingen door derden waren gedaan en de vorderingsrechten bij de vennootschappen bleven. Daarom werd eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.