Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkeringsaanvraag en stelt dat het UWV niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. De rechtbank beoordeelt dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks een verlenging met zes weken, en dat eiser het UWV tijdig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met de beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt.
Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV ook het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden. Eiser ontvangt een vergoeding van €418,50 voor de proceskosten en €50 aan griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 juli 2023.