Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 30 maart 2022 waarin zij niet in aanmerking werd geacht voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging van de beslistermijn tot 9 december 2022. Eiseres stelde het UWV op 15 december 2022 in gebreke en diende vervolgens een beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Hoewel het beroep ruim vier maanden na de ingebrekestelling werd ingediend, acht de rechtbank dit niet onredelijk gezien het contact tussen partijen.
De rechtbank legt het UWV op binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor iedere dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.