ECLI:NL:RBZWB:2023:468

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 januari 2023
Publicatiedatum
27 januari 2023
Zaaknummer
10252969_E25012023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 14 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008Art. 17 lid 1 Algemene Voorwaarden ThuiswinkelArt. 6 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering uit consumentenkoopovereenkomst tussen buitenlandse rechtspersoon en Nederlandse consument

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres, een rechtspersoon gevestigd in Ierland, betaling van een openstaand bedrag voortvloeiend uit een koopovereenkomst tussen gedaagde en Zalando SE. De vordering is door Zalando SE aan eiseres gecedeerd. Gedaagde heeft de vordering erkend en wenst een betalingsregeling te treffen.

De kantonrechter toetst ambtshalve de bevoegdheid van de Nederlandse rechter vanwege de buitenlandse vestigingsplaats van eiseres. Op grond van artikel 4 lid 1 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 wordt geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is, aangezien gedaagde in Nederland woont. Tevens wordt vastgesteld dat Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst, conform Rome I-verordening en de toepasselijke algemene voorwaarden.

De vordering wordt niet onrechtmatig of ongegrond bevonden en wordt toegewezen. De rechter wijst erop dat een betalingsregeling niet bij vonnis kan worden opgelegd en dat gedaagde dit met de gemachtigde van eiseres moet afspreken. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 270,31. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €130,29 met wettelijke rente en in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 10252969 CV EXPL 22-3218
vonnis d.d. 25 januari 2023
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht Coeo Securitisation Ltd.,
gevestigd te Dublin (Ierland),
eiseres,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres],
gedaagde,
procederend in persoon.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 14 december 2022 met producties;
b. de conclusie van antwoord.

2.De feiten

2.1
Tussen Zalando SE en gedaagde is via de website van Zalando SE een koopovereenkomst tot stand gekomen.
2.2
Zalando SE heeft haar vordering gecedeerd aan eiseres.

3.Het geschil en de beoordeling

3.1
Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 130,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 87,43 vanaf 14 december 2022 tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
3.2
Nadat gedaagde in rechte is verschenen heeft zij de vordering erkend. Gedaagde wil een betalingsregeling treffen met de gemachtigde van eiseres.
3.3
Vanwege de buitenlandse vestigingsplaats van eiseres moet de kantonrechter ambtshalve de
bevoegdheid van de Nederlandse rechter toetsen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de
Nederlandse rechter op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de in deze toepasselijke Verordening
(EU) nr. 1215/2012 bevoegd om van de vordering kennis te nemen, aangezien gedaagde in
Nederland woonachtig is. De kantonrechter te Middelburg is, gelet op de woonplaats van gedaagde, bevoegd om van het geschil kennis te nemen.
3.4
Voorts is aan de orde welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Ierland zijn beide partij bij de Verordening (EU)
nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). Eiseres heeft middels cessie overgedragen gekregen van Zalando SE de openstaande vordering uit hoofde van een tussen Zalando SE en gedaagde gesloten consumentenovereenkomst. Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de Verordening (EU) nr. 593/2008 wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 17 lid 1 van Pro de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel in samenhang met artikel 6 lid 2 Rome Pro I is in dit geval Nederlands recht van toepassing.
3.5
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.
3.6
Gedaagde dient zich voor het treffen van een betalingsregeling – zoals door haar verzocht – te wenden tot de gemachtigde van eiseres, omdat de wet geen grond biedt voor het bij vonnis dwingend opleggen van een dergelijke betalingsregeling.
3.7
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze proceskosten worden tot op heden begroot op:
- explootkosten € 105,31
- salaris gemachtigde € 37,00
- griffierecht € 128,00
------------
totaal € 270,31

4.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 130,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 87,43 vanaf
14 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 270,31;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.