ECLI:NL:RBZWB:2023:4695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Medische vrijstelling omzetbelasting voor praktijkondersteuners huisartsenzorg afgewezen wegens onvoldoende beroepskwalificaties
Belanghebbende, die praktijkondersteuners huisartsenzorg inzet bij huisartsenpraktijken, voerde beroep tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2014 en de daarbij behorende belastingrente. De inspecteur stelde dat de medische vrijstelling niet van toepassing was, omdat sprake zou zijn van het ter beschikking stellen van personeel en niet van gezondheidskundige verzorging.
De rechtbank beoordeelde dat de feitelijke situatie overeenkomt met een overeenkomst van opdracht en dat de praktijkondersteuners zelfstandig zorg verlenen. Dit betekent dat de aard van de dienst in beginsel onder de medische vrijstelling kan vallen. Echter, de rechtbank stelde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat alle praktijkondersteuners over de vereiste beroepskwalificaties beschikken, met name voor degenen zonder BIG-registratie.
Het beroep op de medische vrijstelling wordt daarom afgewezen. Ook het beroep op het Verigen-arrest van het HvJ EU slaagt niet, omdat de dienst niet als een onafscheidbaar deel van een therapeutisch proces kan worden aangemerkt. De naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking blijven gehandhaafd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar, vernietigt de uitspraak op bezwaar, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking worden gehandhaafd omdat niet is aangetoond dat alle praktijkondersteuners over de vereiste beroepskwalificaties beschikken.