ECLI:NL:RBZWB:2023:4696
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep Ziektewetuitkering
Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin een Ziektewetuitkering aan een voormalig werknemer werd toegekend en haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Na intrekking van het beroep door verzoekster, omdat het UWV het bezwaar deels had ingetrokken en het besluit had aangepast, verzocht verzoekster om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep van verzoekster was tegemoetgekomen door het bestreden besluit in te trekken en een nieuw besluit te nemen waarin de Ziektewetuitkering niet aan verzoekster werd toegerekend. Hierdoor was het beroep komen te vervallen en had verzoekster geen belang meer bij het bezwaar.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kon de rechtbank het UWV veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in de beroepsfase. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €837,-, exclusief het griffierecht, dat verzoekster rechtstreeks bij het UWV kan claimen. De uitspraak werd gedaan door rechter J. van Alphen en griffier M.R. Jouvenaar op 6 juli 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten van €837,- na intrekking van het beroep door verzoekster.