ECLI:NL:RBZWB:2023:4701
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Werkgever toegewezen in loonvordering wegens verrekening onverschuldigd betaald loon
De werknemer trad in 2018 in dienst bij de werkgever en sloot in 2020 een arbeidsovereenkomst met een vaste arbeidsomvang. De werknemer zegde de arbeidsovereenkomst in september 2021 op, waarna de werkgever een eindafrekening opmaakte. De werknemer vorderde betaling van deze eindafrekening, wettelijke verhoging en incassokosten. De werkgever erkende de eindafrekening maar stelde een tegenvordering wegens onverschuldigde loonbetaling in december 2021.
De werkgever stelde dat zij abusievelijk loon had betaald over een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst en dit bedrag mocht verrekenen met de eindafrekening. De werknemer betwistte dit en stelde dat de betaling betrekking had op een eerdere maand, zodat geen onverschuldigde betaling was gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever aannemelijk had gemaakt dat vanaf januari 2020 het loon over de maand zelf werd betaald en dat de betaling in december 2021 onverschuldigd was. De verrekening was daarom terecht en de vordering van de werknemer werd afgewezen. De tegenvordering van de werkgever werd toegewezen met wettelijke rente, maar de incassokosten werden afgewezen wegens te korte betalingstermijn.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werknemer moet €1.086,73 terugbetalen aan de werkgever met rente; haar loonvordering wordt afgewezen.