ECLI:NL:RBZWB:2023:4703

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
9660551CV EXPL 22291 (H)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis betreffende toewijzing schadeposten in civiele procedure tussen M-Tech en gedaagde

In deze civiele bodemzaak tussen M-Tech c.s. en [gedaagde01] heeft de kantonrechter op verzoek van M-Tech c.s. het eindvonnis van 26 april 2023 hersteld. Dit herstel betreft het opnemen van diverse schadeposten die in het tussenvonnis van 1 februari 2023 als toewijsbaar zijn aangemerkt, maar niet in het dictum van het eindvonnis zijn opgenomen.

De kantonrechter constateerde dat de schadeposten ITM (zuurdoseerkid en Koninklijk huis), Le Duc Fine Foods, oud ijzer Hill’s en snijden materiaal privé ontbraken in het dictum. De btw is alleen toegekend bij de schadepost Le Duc Fine Foods, omdat deze btw ook in de procedure was gevorderd. Voor de overige posten waar btw werd toegevoegd, was dit niet het geval en daarom is herstel daarvan afgewezen.

[gedaagde01] verzocht tevens om aanpassing van de toegewezen schadepost Flowline/Lamb Weston Meijer, maar dit verzoek is afgewezen omdat geen sprake is van een kennelijke fout of verzuim. De kantonrechter heeft het dictum van het eindvonnis aangevuld met de genoemde bedragen en de wettelijke rente, en gelast dat partijen de aanvullende beslissing op het vonnis van 26 april 2023 verwerken.

Uitkomst: Het eindvonnis is hersteld door opname van toewijsbare schadeposten met wettelijke rente, waarbij btw slechts wordt toegekend waar deze was gevorderd; het verzoek tot wijziging van een schadepost is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 9660551 \ CV EXPL 22-291
Herstelvonnis van 5 juli 2023
in de zaak van
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
M-TECH HOLDING B.V.,
te Breda,
2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
M-TECH B.V.,
te Breda,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna gezamenlijk samen te noemen: “M-Tech c.s.”, en afzonderlijk: “M-Tech Holding” en “M-Tech B.V.”,
gemachtigde: mr. G.J.L. Bright-van der Sluis,
tegen
de heer
[gedaagde01] , TEVENS H.O.D.N. [bedrijf gedaagde01],
wonende te [woonplaats01] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: “ [gedaagde01] ” en “ [bedrijf gedaagde01] ”,
gemachtigde: mr. J.W. Dijke.

1.Het verzoek van M-Tech c.s. en de reactie van [gedaagde01]

1.1.
M-Tech c.s. heeft de kantonrechter bij brief van 12 mei 2023 verzocht om aanvulling van het op 26 april 2023 uitgesproken eindvonnis (op grond van artikel 32 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (“RV”)).
1.2.
M-Tech c.s. heeft aangevoerd dat de kantonrechter in het tussenvonnis van
1 februari 2023 heeft overwogen dat een aantal gevorderde schadeposten toewijsbaar zijn, en in het dictum iedere verdere beslissing heeft aangehouden. De bedoelde posten komen echter niet terug in het dictum van het eindvonnis. Het gaat om de posten ITM (zuurdoseerkid en Koninklijk huis), Le Duc Fine Foods, oud ijzer Hill’s en snijden materiaal privé. Ook mist M-Tech c.s. ten aanzien van de toewijsbare schadepost Le Duc Fine Foods de vermelding ‘exclusief btw’, terwijl dit wel gevorderd was.
1.3.
Het verzoek van M-Tech c.s. leidt tot het volgende gewenste dictum in het eindvonnis (waarbij de kantonrechter de gewenste aanvullingen
cursiefweergeeft):
"4.2 veroordeelt [gedaagde01] om aan M-Tech B.V. te betalen:
  • een bedrag van € 25.754,42 exclusief btw (ter zake project ITM: Kerry zuurdoseerkid);
  • een bedrag van € 5.460,75 exclusief btw (ter zake project ITM: Koninklijk huis);
  • een bedrag van € 14.386,36 exclusief btw (ter zake project Le Duc Fine Foods B.V.);
  • een bedrag van € 4.500,00 (ter zake project Oud ijzer Hill's);
  • een bedrag van € 13.719,55 exclusief btw (ter zake snijden materiaal privé);
  • een bedrag van € 12.340,79 (ter zake project Flowline/Lamb Weston Meijer);
  • een bedrag van € 35.000,00
  • een bedrag van € 49.467,80 exclusief btw (ter zake externe onderzoekskosten),
alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6: 119 BW), te rekenen vanaf 13 oktober 2021 tot aan de dag van volledige betaling."
1.4.
[gedaagde01] heeft bij brief van 5 juni 2023 gereageerd op het verzoek van M-Tech c.s. [gedaagde01] verzet zich tegen de toevoeging
‘exclusief btw’bij de post verrekenstaat. De btw over deze post is volgens [gedaagde01] niet gevorderd door M-Tech c.s. Voor het overige heeft [gedaagde01] geen opmerkingen bij het verzoek van M-Tech c.s.

2.Het verzoek van [gedaagde01] en de reactie van M-Tech c.s.

2.1.
[gedaagde01] heeft op zijn beurt in de brief van 5 juni 2023 verzocht om aanvulling dan wel verbetering ( [gedaagde01] laat zich daar niet over uit) van de in rechtsoverweging 4.2 van het eindvonnis toegewezen post Flowline/Lamb Weston Meijer. [gedaagde01] verzoekt de kantonrechter op te nemen:
“een bedrag van € 10.199, exclusief btw (ter zake project Flowline/Lamb Weston Meijer)”
in plaats van
“een bedrag van € 12.340,79 (ter zake project Flowline/Lamb Weston Meijer)”.
2.2.
De kantonrechter heeft M-Tech c.s. in de gelegenheid gesteld zich over dit punt uit te laten. M-Tech c.s. heeft zich bij brief van 20 juni 2023 verzet tegen de door [gedaagde01] gewenste aanpassing. In het petitum is over de post Flowline/Lamb Weston Meijer geen btw gevorderd, zodat er geen sprake is van een verzuim om op een onderdeel van het gevorderde te beslissen, aldus M-Tech c.s.

3.De beoordeling

Het verzoek van M-Tech c.s.
3.1.
De kantonrechter constateert dat in het eindvonnis inderdaad verzuimd is de door M-Tech c.s. genoemde schadeposten waarvan in de overwegingen in het tussenvonnis is aangegeven dat deze toewijsbaar zijn, in het dictum van het eindvonnis op te nemen.
M-Tech c.s. wijst daar terecht op. De kantonrechter is van oordeel dat dit een kennelijke fout is die zich voor eenvoudige verbetering leent. De kantonrechter past dus (ambtshalve) artikel 31 Rv Pro toe, in plaats van artikel 32 Rv Pro. Dit betekent dat rechtsoverweging 4.2 van het vonnis van 26 april 2023 zoals verzocht zal worden aangevuld met de posten ITM (zuurdoseerkid en Koninklijk huis), Le Duc Fine Foods, oud ijzer Hill’s en snijden materiaal privé, met de navolgende kanttekeningen.
3.2.
Ten aanzien van de post snijden materiaal privé voegt M-Tech c.s. in haar verzoek btw toe. De btw is echter niet gevorderd in de procedure, zodat er ook geen sprake is van verzuim om op een onderdeel van de vordering te beslissen of van een kennelijke fout. Op het punt van de btw bij deze post zal de kantonrechter dan ook niet tot herstel overgaan.
3.3.
Ten aanzien van de post Le Duc Fine Foods heeft M-Tech c.s. de btw wel gevorderd in de procedure. De kantonrechter constateert dat in het tussenvonnis van 1 februari 2023 is geoordeeld dat de schadepost volledig toewijsbaar is, zonder dat daarbij de btw is benoemd. De kantonrechter is van oordeel dat deze omissie op grond van artikel 32 Rv Pro kan worden aangevuld. Ook de gevorderde btw is toewijsbaar.
3.4.
M-Tech c.s. benoemt in haar verzoek tot herstel niet specifiek de btw bij de post verrekenstaat, maar voegt deze wel toe in het door haar gewenste dictum. [gedaagde01] wijst daar terecht op. De btw is echter niet gevorderd in de procedure, zodat er ook geen sprake is van verzuim om op een onderdeel van de vordering te beslissen of van een kennelijke fout. Op het punt van de btw bij deze post zal de kantonrechter dan ook niet tot herstel overgaan.
Het verzoek van [gedaagde01]
3.5.
Ten aanzien van de post Flowline/Lamb Weston Meijer merkt M-Tech c.s. terecht op dat de btw niet is gevorderd in de procedure. Er is dan ook geen sprake van verzuim om op een onderdeel van het gevorderde te beslissen. Ook is geen sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Indien [gedaagde01] meent dat de post ten onrechte op deze wijze is toegewezen door de kantonrechter, zal de weg van hoger beroep gekozen moeten worden. Het verzoek tot herstel van [gedaagde01] wordt afgewezen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
bepaalt dat rechtsoverweging 4.2 van het vonnis van 26 april 2023 dat nu luidt als volgt:
"4.2 veroordeelt [gedaagde01] om aan M-Tech B.V. te betalen:
  • een bedrag van € 12.340,79 (ter zake project Flowline/Lamb Weston Meijer);
  • een bedrag van € 35.000,00 (ter zake de verrekenstaat);
  • een bedrag van € 49.467,80 exclusief btw (ter zake externe onderzoekskosten),
alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6: 119 BW), te rekenen vanaf 13 oktober 2021 tot aan de dag van volledige betaling."
wordt gewijzigd in:
"4.2 veroordeelt [gedaagde01] om aan M-Tech B.V. te betalen:
  • een bedrag van € 25.754,42 exclusief btw (ter zake project ITM: Kerry zuurdoseerkid);
  • een bedrag van € 5.460,75 exclusief btw (ter zake project ITM: Koninklijk huis);
  • een bedrag van € 14.386,36 exclusief btw (ter zake project Le Duc Fine Foods B.V.);
  • een bedrag van € 4.500,00 (ter zake project Oud ijzer Hill's);
  • een bedrag van € 13.719,55 (ter zake snijden materiaal privé);
  • een bedrag van € 12.340,79 (ter zake project Flowline/Lamb Weston Meijer);
  • een bedrag van € 35.000,00 (ter zake de verrekenstaat);
  • een bedrag van € 49.467,80 exclusief btw (ter zake externe onderzoekskosten),
alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6: 119 BW), te rekenen vanaf 13 oktober 2021 tot aan de dag van volledige betaling."
4.2.
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 5 juli 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 26 april 2023,
4.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 26 april 2023 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op
5 juli 2023.