ECLI:NL:RBZWB:2023:471
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing vangst aas- en brakwatersteurgarnalen
Verzoekster heeft een ontheffing gevraagd voor het vangen van aasgarnalen en brakwatersteurgarnalen met een schepnet, welke aanvankelijk werd geweigerd door het college van gedeputeerde staten van Zeeland. Na bezwaar is alsnog ontheffing verleend met negen voorschriften. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en dat de voorziening niet mag leiden tot een feitelijke buitenwerkingstelling van het verbod voor een langere periode. Verzoekster heeft geen zelfstandig spoedeisend belang aangetoond en de gevraagde schorsing zou betekenen dat het verbod feitelijk buiten toepassing wordt verklaard, wat te ver gaat.
Ook is niet gebleken dat verzoekster financieel in nood zou komen bij het naleven van de voorschriften. De discussie met de toezichthouder RUD Zeeland over handhaving kan niet worden opgelost door deze voorziening. Daarom wordt het verzoek afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.