Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn Ziektewetuitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks een ingebrekestelling door eiser. De rechtbank beoordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden.
De rechtbank overweegt dat het UWV vanwege beperkte capaciteit aan verzekeringsartsen en lange wachttijden nog geen hoorzitting heeft kunnen plannen. Hierdoor is een langere termijn voor besluitvorming gerechtvaardigd. De rechtbank stelt een termijn van vier maanden na verzending van het vonnis vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 juli 2023.