ECLI:NL:RBZWB:2023:4810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete motorrijtuigenbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een daarbij opgelegde verzuimboete van €2.567 over het tijdvak van april 2020 tot april 2021. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde zowel de aanslag als de boete. In beroep stond alleen de verzuimboete ter discussie.
Aanvankelijk werd een beroep gedaan op financiële omstandigheden om de boete te verminderen, maar dit werd ingetrokken. Vervolgens stelde de gemachtigde dat de redelijke termijn tussen de aankondiging van de boete en de uitspraak was overschreden (undue delay). De inspecteur erkende dit.
De rechtbank constateerde dat per 1 juli 2023 de wettelijke regeling was gewijzigd, waardoor de boete standaard op 50% in plaats van 100% wordt vastgesteld. Hierdoor werd de boete verminderd tot €1.283. Daarnaast werd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn de boete met 5% verder gematigd tot €1.218.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bezwaar voor zover het de boetebeschikking betrof en legde de boete vast op €1.218. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €3.287 aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de verzuimboete tot €1.218 wegens overschrijding van de redelijke termijn en gewijzigde regelgeving.