ECLI:NL:RBZWB:2023:4815
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep studiefinanciering
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een aanvullende studiefinancieringsbeurs. Na toekenning van studiefinanciering voor een deel van de periode trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank beoordeelde dat het beroepschrift niet voldeed aan de vereisten van tijdigheid volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb, omdat het werd ingediend voordat de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling te vroeg was gedaan. Hierdoor werd het verzoek om proceskostenvergoeding voor het eerste beroep afgewezen.
Voor het aanvullende beroepschrift stelde de minister dat nieuwe informatie pas in de beroepsfase was ingebracht, terwijl deze al tijdens de bezwaarfase bekend was. De rechtbank oordeelde dat verzoekster, bijgestaan door een professioneel gemachtigde, deze informatie eerder had moeten aanvoeren en wees ook dit verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet tijdig ingediend beroep en reeds bekende informatie.