De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met haar minderjarige kinderen naar Turkije en om de man te veroordelen tot afgifte van de paspoorten van de kinderen. De man verweerde zich met de vrees dat de vrouw en de kinderen niet zouden terugkeren naar Nederland, mede vanwege haar sterke binding met Turkije, eerdere uitlatingen en het ontbreken van afspraken over vakanties tussen de ouders.
De rechtbank constateerde dat hoewel de vrouw al acht jaar in Nederland woont en haar leven daar heeft opgebouwd, zij nauwelijks Nederlands spreekt en een sterke familieband in Turkije heeft. De vrouw had geen retourtickets geboekt en de kinderen waren niet ingeschreven op school, wat de zorgen over terugkeer versterkte.
De Raad voor de Kinderbescherming zag geen belemmering voor de reis, maar de rechtbank vond de zorgen van de man gegrond. Ook zou de reguliere zorgregeling tussen de ouders tijdens de vakantie worden doorkruist zonder compensatie of overleg.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om vervangende toestemming af en oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak voor de afgifte van de paspoorten. De proceskosten werden tussen partijen verdeeld.