ECLI:NL:RBZWB:2023:4845
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verminderingsbeschikking inkomstenbelasting 2016 correct vastgesteld ondanks geschil over verliesverrekening en belastingrente
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verminderingsbeschikking van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016, waarin verliezen uit 2014 en 2015 deels werden verrekend. De inspecteur had de aanslag en de verminderingsbeschikking gehandhaafd en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank overwoog dat de aanslag IB/PVV 2016 onherroepelijk was vastgesteld en dat de verliezen uit voorgaande jaren pas later bij voor bezwaar vatbare beschikking waren vastgesteld, waardoor voorwaartse verliesverrekening bij de oorspronkelijke aanslag niet mogelijk was. Belanghebbendes stelling dat verliezen al in de aangifte 2016 waren opgenomen, werd niet aannemelijk geacht.
Verder oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van schending van de beginselen van behoorlijk bestuur door de inspecteur en dat de rechtbank niet bevoegd was om de billijkheid van de wet te toetsen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende geen recht had op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de verminderingsbeschikking IB/PVV 2016 wordt ongegrond verklaard.