ECLI:NL:RBZWB:2023:4858
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep in NOW-zaak
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de definitieve tegemoetkoming in het kader van de NOW-regeling. Na intrekking van het beroep, omdat de minister het bezwaar alsnog gegrond verklaarde en een hoger bedrag toekende, verzocht verzoekster om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan het beroep tegemoet was gekomen en dat verzoekster recht had op vergoeding van de proceskosten over de beroepsfase. De kosten werden vastgesteld op € 837,- voor rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 365,- door de minister vergoed moet worden.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten aan verzoekster. Deze uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 10 juli 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten aan verzoekster.