ECLI:NL:RBZWB:2023:4861
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen WGA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op bezwaar tegen een besluit over de WGA-uitkering. Nadat het UWV alsnog op bezwaar heeft beslist en het bezwaar gegrond heeft verklaard, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding beoordeeld op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat het beroep is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan, kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten voor de beroepsfase.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is en veroordeelt het UWV tot betaling van €418,50 aan proceskosten. Dit bedrag betreft het griffierecht en de kosten van de gemachtigde voor de beroepsfase. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.