ECLI:NL:RBZWB:2023:4877
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in toeslagenzaak wegens ontbreken acute financiële nood
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 16 november 2022 over de uitkomst van de eerste toets en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten geen zitting te houden.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij een acute financiële noodsituatie die een onmiddellijke betaling van €30.000,- rechtvaardigt. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in een dergelijke noodsituatie verkeert, ondanks haar stelling dat zij als gedupeerde van de toeslagenaffaire financieel en psychisch lijdt.
Verzoekster heeft geen overzicht van haar inkomsten en uitgaven verstrekt, ondanks het verzoek daartoe. De rechtbank merkt op dat de ex-partner van verzoekster reeds €30.000,- heeft ontvangen, wat erkent dat er sprake is van gedupeerden. Schulden die verzoekster noemt, hoeven nog niet te worden afbetaald. De voorzieningenrechter benadrukt dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is voor spoedeisende gevallen en dat verzoekster de reguliere bezwaarprocedure kan voortzetten.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute financiële noodsituatie.