ECLI:NL:RBZWB:2023:4878
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens zelfstandigheid
Verzoeker ontving vanaf december 2021 een bijstandsuitkering en startte in mei 2022 een eenmanszaak. De ISD trok de uitkering per 1 mei 2022 in omdat verzoeker als zelfstandige niet tot de doelgroep van de Participatiewet behoort. Verzoeker meldde zijn inkomsten pas in maart 2023, waardoor hij de inlichtingenplicht schond.
Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen, maar betaalde het griffierecht niet direct. De voorzieningenrechter achtte verzoeker ontvankelijk wegens betalingsonmacht en stelde dat er sprake was van spoedeisend belang.
De rechter oordeelde dat verzoeker nog steeds als zelfstandige actief is en geen recht heeft op bijstand op grond van de Participatiewet. De intrekking was terecht vanwege de schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van recht op bijstand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.