ECLI:NL:RBZWB:2023:4900
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen overlast sportaccommodatie gemeente Breda
Eiser, woonachtig nabij een voetbalvereniging in Breda, verzocht het college om handhavend op te treden tegen verkeers-, parkeer- en andere overlast veroorzaakt door gebruikers van de sportaccommodatie. Het college wees dit verzoek in juli 2021 af, omdat geen bestuursrechtelijke overtredingen werden geconstateerd waartegen het bevoegd was op te treden. Eiser maakte bezwaar, maar het college handhaafde het besluit in oktober 2022.
De rechtbank behandelde het beroep op 29 juni 2023 en oordeelde dat het college terecht het handhavingsverzoek afwees. De aangevoerde artikelen uit de Algemene plaatselijke verordening Breda 2018 (artikelen 2:49, 2:56 en 5:9) werden niet overtreden. Parkeer- en stopverbodsovertredingen zijn wel vastgesteld, maar hiervoor is het college niet bevoegd; dit valt onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Hoewel de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde, gaf zij het college mee een actievere houding aan te nemen ten aanzien van de overlast, aangezien de huidige maatregelen onvoldoende effect sorteren. Het beroep werd afgewezen en het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard en het besluit van het college blijft in stand.