ECLI:NL:RBZWB:2023:4932
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens stilstand auto
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Tilburg omdat hij stelde dat hij niet parkeerde, maar zijn echtgenote alleen onmiddellijk had afgezet. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag en stelde dat kort stil staan op een parkeerplaats ook als parkeren wordt gezien.
De rechtbank beoordeelde de zaak zonder zitting en concludeerde dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar ligt om aan te tonen dat er sprake was van parkeren zoals omschreven in de Gemeentewet en de Verordening parkeerbelastingen 2022. De door de heffingsambtenaar overgelegde scanfoto’s toonden een stilstaande auto zonder zichtbare personen die in- of uitstapten.
Hierdoor oordeelde de rechtbank dat het stil staan van de auto als parkeren moet worden beschouwd en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.