Uitspraak
van zijn of haar toetsingsinkomen en dat van zijn of haar partner in het peiljaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres maakte bezwaar tegen de beslissing van DUO over het maandbedrag dat zij moest aflossen op haar studieschuld van €24.239,50. Zij stelde dat haar huwelijkse voorwaarden, waarbij de studieschuld en de bankrekening buiten de gemeenschap van goederen zijn gehouden, in strijd zijn met de wettelijke draagkrachtberekening die het volledige partnerinkomen meeneemt.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6.10 van de Wet studiefinanciering 2000 het inkomen van de partner altijd moet worden betrokken bij de draagkrachtberekening, ongeacht huwelijkse voorwaarden. Dit dwingendrechtelijke karakter van de wet laat geen ruimte voor afwijking.
Omdat eiseres geen andere gronden aanvoerde tegen de berekening en het maandbedrag verder niet onjuist bleek, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter J.E.C. Vriends en openbaar gemaakt op 12 juli 2023. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van het maandbedrag voor aflossing van haar studieschuld wordt ongegrond verklaard.