ECLI:NL:RBZWB:2023:4968
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling achterstallige huur wegens niet juiste huurverhogingsprocedure
In deze zaak vordert Stichting [eiser01] betaling van achterstallige huur van [gedaagde01] na een huurverhoging per 1 juli 2022. De huurder betwist de verhoging en heeft slechts een beperkte verhoging geaccepteerd. De verhuurder heeft de huurprijsverhoging schriftelijk medegedeeld, maar geen voorstel gedaan conform de wettelijke vereisten en heeft ook geen procedure bij de Huurcommissie gestart nadat de huurder bezwaar maakte.
De rechtbank oordeelt dat de verhuurder niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 7:252 en Pro 7:253 BW, omdat er geen schriftelijk voorstel tot huurverhoging is gedaan en de Huurcommissie niet is ingeschakeld binnen de gestelde termijn. Hierdoor is de huurprijsverhoging niet rechtsgeldig en is er geen huurachterstand ontstaan.
De overige verweren van de huurder, zoals gebreken aan de woning en fouten in de huurprijscheck, behoeven geen bespreking. Ook de discussie over herstelverplichtingen en het niet ondertekenen van een nieuwe huurovereenkomst worden niet inhoudelijk behandeld omdat hierover geen vorderingen zijn ingesteld.
De vordering van Stichting wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de huurder nihil worden vastgesteld omdat deze zonder gemachtigde heeft geprocedeerd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van achterstallige huur wordt afgewezen omdat de verhuurder niet de juiste huurverhogingsprocedure heeft gevolgd.