ECLI:NL:RBZWB:2023:4990

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juli 2023
Publicatiedatum
14 juli 2023
Zaaknummer
9959811 CV EXPL 22-1915 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige en vaststelling voorschot in civiele bodemzaak over isolatiemateriaal

In deze civiele bodemzaak tussen eisers en een besloten vennootschap over de toepassing van isolatiemateriaal heeft de kantonrechter een deskundigenonderzoek bevolen. Partijen hebben zich kunnen uitlaten over de te stellen vragen, waarbij de kantonrechter een selectie en herformulering van de vragen heeft gemaakt. De deskundige zal onder meer beoordelen of de dampremmende werking van het isolatiemateriaal op juiste wijze is geborgd volgens de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant Knauf.

De kantonrechter benoemt een specifieke deskundige en stelt het voorschot op de kosten van het onderzoek vast op € 4.235,00 inclusief btw, dat door eisende partij moet worden voldaan. Ook zijn nadere procesregels vastgesteld, zoals de verplichting van partijen om mee te werken aan het onderzoek en het verstrekken van het procesdossier aan de deskundige.

Verder is bepaald dat de deskundige een schriftelijk rapport moet opstellen binnen zes maanden na betaling van het voorschot, met een concept ter inzage voor partijen. De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het deskundigenrapport, waarna verdere procedurele stappen volgen. De kantonrechter handhaaft de eerdere beslissing over de betaling van het voorschot en wijst erop dat niet-naleving gevolgen kan hebben.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt een deskundigenonderzoek en bevestigt dat eisers het voorschot op de kosten van de deskundige moeten voldoen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 9959811 \ CV EXPL 22-1915
Vonnis van 5 juli 2023
in de zaak van

1.[eiser01] ,

2.
[eiser02],
beiden wonende te [woonplaats01] ,
eisende partij,
hierna samen te noemen: [eiser01] ,
gemachtigde: mr. Y.J.H. van Griensven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde01] B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats02] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
gemachtigde: mr. A.J.A. Dielissen.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 april 2023 en de daarin genoemde stukken,
- de akte van [eiser01] ,
- de akte van [gedaagde01] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Dit deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.
2.2.
Aangezien partijen overeenstemming hebben bereikt over de persoon van de te benoemen deskundige, zal de kantonrechter de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
2.3.
Hierbij overweegt de kantonrechter als volgt. Beide partijen hebben aanvullende vragen voorgesteld. Een aantal daarvan neemt de kantonrechter over, een aantal niet. In het tussenvonnis is overwogen dat vaststaat dat [gedaagde01] TR312 isolatiemateriaal van Knauf heeft gebruikt en daarbij niet de flenzen heeft vastgeniet en afgetapet, terwijl dat door Knauf wel wordt voorgeschreven om dampremming te borgen (r.o. 4.2). In het vervolg van die overweging is ervan uitgegaan dat er geen dampremmende laag is aangebracht – wat ook als vertrekpunt is genomen voor de (eerste) voorgestelde vraag. Gelet op hetgeen partijen in hun aktes hebben aangevoerd, staat dat echter (nog) niet vast. De kantonrechter zal de deskundige daarom tevens vragen of de dampremmende werking op andere wijze geborgd kan worden, en of dat in dit geval is gebeurd. De eerste twee door [gedaagde01] voorgestelde aanvullende vragen zullen daarom worden overgenomen, waarbij – conform de suggestie van [eiser01] – expliciet de verwerkingsvoorschriften in de vraagstelling zullen worden opgenomen. Daarnaast zal de aanvankelijk (als eerste) voorgestelde vraag worden geherformuleerd conform de derde door [gedaagde01] voorgestelde aanvullende vraag, doch met weglating van het gedeelte daaruit waartegen [eiser01] bezwaar heeft gemaakt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om op voorhand de deskundige te vragen om een thermografische inspectie uit te voeren. Indien en voor zover de deskundige dat noodzakelijk acht om de vragen te beantwoorden, staat het hem vrij om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Ten slotte zal de door [eiser01] voorgestelde vraag 2 niet aan de deskundige worden voorgelegd, omdat dit – zoals betoogd door [gedaagde01] – een uitbreiding van het geschil betreft.
2.4.
In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald. De kantonrechter ziet geen aanleiding om op zijn eerdere beslissing terug te komen. Partijen zijn door het centraal deskundigenbureau van deze rechtbank in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de omvang van het te storten voorschot. Partijen hebben ingestemd met het door de deskundige voorgestelde voorschot.
2.5.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.6.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. Verplicht het verwerkingsvoorschrift van Knauf tot het afplakken van de naden, het vastnieten van de flenzen en het afplakken van de aansluitingen van de isolatie naar de binnenwand en de nietjes, of kan de dampremmende werking ook worden geborgd met het over elkaar vouwen van de flenzen in combinatie met het opsluiten van het isolatiemateriaal?
2. Wordt de isolerende werking van het isolatiemateriaal met het over elkaar vouwen van de flenzen in combinatie met het opsluiten van het isolatiemateriaal voldoende geborgd?
3. Indien wordt geoordeeld dat niet (volledig) is voldaan aan het verwerkingsvoorschrift van Knauf , is dan gezien de dakconstructie sprake van een bouwkundig gebrek?
4. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de kantonrechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
[deskundige01] ( [expertisebureau] )
adres: [adres01] , [postcode01] te [plaats01] ,
telefoon: [telefoonnummer] ,
e-mailadres: [e-mailadres] ,
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 4.235,00 inclusief btw (uurtarief: € 150,00 exclusief btw),
3.4.
bepaalt dat [eiser01] het voorschot dient te voldoen en wel
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [eiser01] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport
in drievoud in te leveren ter griffie van de rechtbank in te leveren, van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Centraal deskundigenbureau, locatie Breda, postbus 8727, 4820 BA Breda, met een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
woensdag 3 januari 2024,
3.14.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiser01] op een termijn van vier weken,
3.15.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2023.