Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 juni 2023 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verkrachting op 16/17 maart 2021 en bedreiging op 23 maart 2021. De verdachte was verstek verleend en de officier van justitie eiste een veroordeling.
De aangeefster deed aangifte van verkrachting en bedreiging, maar haar verklaringen vertoonden meerdere inconsistenties. De rechtbank stelde vast dat haar verklaringen over de verkrachting pas in latere verklaringen details bevatten die in eerdere verklaringen ontbraken. Er was geen forensisch bewijs of getuigen die haar verhaal ondersteunden. De verklaringen van verdachte stonden hier tegenover.
Ten aanzien van de bedreiging kon niet wettig en overtuigend worden vastgesteld dat verdachte het papier met het woord "dood" toonde, een zakmes vasthield en een snijdende beweging maakte. Wel waren er krassen op de auto van aangeefster, maar het was onduidelijk wanneer en door wie deze waren aangebracht.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten te bewijzen en sprak verdachte vrij van zowel verkrachting als bedreiging. Het vonnis werd uitgesproken op 14 juli 2023 door de meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting en bedreiging wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.