Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen aanmaningskosten en betekeningskosten die door de ontvanger van de Belastingdienst in rekening zijn gebracht in verband met invordering van diverse belastingaanslagen uit 2019 en een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting uit 2021.
De rechtbank oordeelt dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd omdat belanghebbende de aanslagen niet tijdig heeft voldaan en de naheffingsaanslag MRB onherroepelijk is geworden doordat hiertegen geen bezwaar is gemaakt. De beroepen tegen de aanmaningskosten worden daarom ongegrond verklaard.
De betekeningskosten dwangbevel zijn door de ontvanger in bezwaar reeds verminderd tot nihil, waardoor belanghebbende geen belang meer heeft bij het beroep hiertegen. De rechtbank verklaart deze beroepen niet-ontvankelijk. Ten aanzien van beroepen tegen verrekeningen van openstaande aanslagen is de rechtbank onbevoegd, omdat dit buiten haar rechtsmacht valt.
De rechtbank wijst het griffierecht toe aan belanghebbende wegens betalingsonmacht, maar kent geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens op 17 juli 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.