ECLI:NL:RBZWB:2023:5029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve onderbouwing
Eiseres deed op 3 maart 2021 een aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven omdat zij slachtoffer was van een zedenmisdrijf en bedreiging met geweld in de periode oktober-november 2014. Het Schadefonds wees de aanvraag op 4 augustus 2021 af en handhaafde dit besluit na bezwaar op 10 oktober 2022.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 mei 2023 en oordeelde dat het Schadefonds terecht heeft geoordeeld dat de door eiseres aangeleverde stukken onvoldoende objectieve informatie bevatten over de omstandigheden van het misdrijf. Hoewel eiseres diverse medische stukken, verklaringen en een proces-verbaal overlegde, was onduidelijkheid over datum, locatie en toedracht gebleven. De medische informatie was grotendeels gebaseerd op haar eigen verhaal en er ontbrak objectieve informatie uit andere bronnen.
De rechtbank vond het onderzoek in bezwaar zorgvuldig en niet vooringenomen. Vragen van het Schadefonds over aanvullend bewijs waren gerechtvaardigd. De rechtbank stelde vast dat het Schadefonds niet in strijd met eigen beleidsregels heeft gehandeld en dat het inschakelen van een medisch adviseur niet noodzakelijk was. De klacht over de toonzetting van vragen werd erkend, maar deed niet af aan de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven is ongegrond verklaard.