ECLI:NL:RBZWB:2023:5032

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
10312563 CV EXPL 23-337 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 lid 6 BWArtikel 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand met ruimere ontruimingstermijn voor minderjarige kinderen

In deze bodemzaak vordert eiser, een verhuurder, de ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde partijen wegens een aanzienlijke huurachterstand die is opgelopen tot € 17.281,59 tot en met juni 2023. Tevens vordert eiser betaling van rente, buitengerechtelijke incassokosten, gebruiksvergoeding en schadevergoeding, alsmede ontruiming van het gehuurde.

De gedaagde partijen, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, erkennen de huurachterstand maar verzoeken om een ruimere ontruimingstermijn vanwege de aanwezigheid van twee minderjarige kinderen en een andere minderjarige inwonende familielid in de woning. De kantonrechter constateert dat de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt en dat ontbinding gerechtvaardigd is op grond van artikel 6:265 BW Pro.

Gezien het belang van de minderjarige kinderen wordt een ontruimingstermijn van twee maanden na betekening van het vonnis vastgesteld. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, terwijl contractuele rente niet is gespecificeerd en daarom niet wordt toegewezen. De vordering tot schadevergoeding wordt beperkt tot de huurtermijnen zonder wettelijke huurverhoging na ontbinding.

De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten, gebruiksvergoeding en schadevergoeding, en tot ontruiming binnen twee maanden. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser vastgesteld en toegewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming binnen twee maanden opgelegd met betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10312563 \ CV EXPL 23-337
Vonnis van 12 juli 2023
in de zaak van
[eiser01] V.O.F.,
te [plaats01] , [gemeente01] ,
eisende partij,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarderskantoor BV,
tegen
ZEKER Financiele Zorgverlening BV te Almere, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van:
1.
[belanghebbende01],
te [plaats01] ,
2.
[belanghebbende02],
te [plaats01] ,
gedaagde partijen,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna [eiser01] en de bewindvoerder worden genoemd. [belanghebbende01] en [belanghebbende02] , belanghebbende bij de te nemen beslissing, worden hierna [belanghebbenden01] . genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 maart 2023
- de mondelinge behandeling van 8 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de bij die gelegenheid overgelegde overzicht van de huurschuld van de zijde van [eiser01] .
1.2.
De kantonrechter heeft de bewindvoerder bij brief van 2 juni 2023 opgeroepen om als formele procespartij in het geding te verschijnen. De bewindvoerder is tijdens de zitting in de procedure verschenen. Om die reden wordt alleen vonnis gewezen tegen de bewindvoerder en niet ook tegen de oorspronkelijk bij dagvaarding gedaagde partijen in persoon.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen staan de volgende feiten in rechte vast:
- [eiser01] verhuurt aan [belanghebbenden01] met ingang van 1 oktober 2022 de zelfstandige woning staande en gelegen aan de [adres01] (hierna: de woning/het gehuurde).
- De laatstelijk verschuldigde huurprijs bedraagt € 1.642,50 per maand inclusief nutsvoorzieningen.
- De kantonrechter te Breda heeft op 20 april 2023 vanaf 21 april 2023 tot 20 april 2028 een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van [belanghebbenden01] . met benoeming van ZEKER Financiële Zorgverlening BV te Almere tot bewindvoerder.
- In het gehuurde wonen ook de twee minderjarige kinderen van [belanghebbenden01] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser01] vordert - samengevat - bij vonnis, na wijziging van eis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. de tussen partijen bestaande huurovereenkomst te ontbinden;
2. [belanghebbenden01] . te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde;
3. [belanghebbenden01] . hoofdelijk te veroordelen
a. tot betaling van € 17.281,59 aan achterstallige huur tot en met juni 2023, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten;
b. tot betaling van een bedrag gelijk aan de huurtermijnen als gebruiksvergoeding tot aan ontbinding van de huurovereenkomst vermeerderd met contractuele rente;
c. tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan de huurtermijnen of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten na ontbinding van de huurovereenkomst vermeerderd met contractuele rente;
veroordeling van [belanghebbenden01] . in de proceskosten.
3.2.
[eiser01] heeft in haar dagvaarding ten grondslag gelegd dat [belanghebbenden01] . tot en met januari 2023 een huurachterstand hebben van € 11.941,19. Deze huurachterstand is inmiddels opgelopen, waarbij de achterstand tot en met juni 2023 € 17.281,59 bedraagt. Daarnaast vordert zij rente en kosten. Ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd.
3.3.
[belanghebbenden01] . erkennen de huurachterstand. Hun twee minderjarige kinderen van elf jaar en vier maanden wonen ook in het gehuurde. Ook de zus van [belanghebbende01] woont daar met haar minderjarige kind. Zij willen daarom een langere ontruimingstermijn, zodat zij andere woonruimte kunnen vinden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[belanghebbenden01] . hebben de door [eiser01] gestelde huurachterstand niet betwist, zodat de door [eiser01] gevorderde huurachterstand van € 17.281,59 toewijsbaar is.
4.2.
Ingevolge artikel 6:265 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding niet rechtvaardigt. De kantonrechter constateert dat bij dagvaarding er al sprake was van een huurachterstand van meer dan zeven maanden en dat deze gedurende deze procedure is opgelopen naar een huurachterstand van thans meer dan tien maanden. Dit levert een ernstige tekortkoming op in de nakoming van de verplichtingen die [belanghebbenden01] . tegenover [eiser01] hebben. Naar het oordeel van de kantonrechter is de gevorderde ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde met nevenvorderingen gerechtvaardigd, nu sprake is van een aanzienlijke huurachterstand.
De vorderingen zullen dan ook worden toegewezen. Ter zitting hebben [belanghebbenden01] . evenwel aangevoerd dat in het gehuurde ook hun twee minderjarige kinderen dat tot hun gezin behoren, verblijven. Deze omstandigheid is door [eiser01] niet weersproken. Op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind vormt het belang van het minderjarige kind een eerste overweging bij een beslissing zoals de ontruiming van een woning waar het kind verblijft. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding om een ruimere ontruimingstermijn te bepalen, te weten twee maanden na betekening van dit vonnis.
4.3.
Hoewel [eiser01] onder vordering 3b en 3c contractuele rente vordert, is gesteld noch gebleken hoe hoog deze rente bedraagt. Daarom zal de kantonrechter de wettelijke rente vanaf de vervaldata toewijzen.
4.4.
Voorts is de wettelijke huurverhoging enkel toewijsbaar over de bedragen die op grond van de overeenkomst verschuldigd zijn, zodat de wettelijke huurverhoging over de
schadevergoeding, na ontbinding van de huurovereenkomst, niet wordt toegewezen.
4.5.
[eiser01] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 807,81. [eiser01] heeft aan [belanghebbende01] cs een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 807,81 toegewezen.
4.6.
[belanghebbenden01] . krijgen ongelijk en zij zullen daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van ' [eiser01] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
111,96
- griffierecht
1.384,00
- salaris gemachtigde
792,00
(2,00 punten × € 396,00)
Totaal
2.287,96

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt met ingang van de dag na heden de huurovereenkomst tussen [eiser01] en [belanghebbenden01] . betreffende de woning, staande en gelegen te [adres01] ;
5.2.
veroordeelt ZEKER Financiële Zorgverlening BV in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [belanghebbenden01] . om het gehuurde binnen twee maanden na de betekening van dit vonnis met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin op daarop bevinden respectievelijk bevindt, volledig en behoorlijk te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van [eiser01] te stellen en ontruimd te houden;
5.3.
veroordeelt ZEKER Financiële Zorgverlening BV in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [belanghebbenden01] . om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser01] te betalen:
- een bedrag van € 17.281,59 aan huur tot en met juni 2023 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata tot aan de dag van de algehele voldoening;
- een bedrag van € 807,81 aan buitengerechtelijke kosten,
- de huurtermijnen ten bedrage van € 1.642,50 per maand, daarbij een ingegane huurperiode voor een hele te rekenen, tot aan ontbinding van de huurovereenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf de eerste dag van de desbetreffende huurperiode tot de dag van de algehele voldoening;
- een schadevergoeding ten bedrage van de huidige huurprijs van € 1.642,50 per maand, voor iedere aangevangen huurperiode, daarbij een ingegane huurperiode te rekenen voor een hele, die verschijnen ná ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de dag van de ontruiming van het gehuurde, vermeerderd met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf de eerst dag van de desbetreffende huurperiode tot de dag van algehele voldoening;
5.4.
veroordeelt ZEKER Financiële Zorgverlening BV in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [belanghebbenden01] . in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser01] tot op heden vastgesteld op € 2.287,96, daarin begrepen een bedrag van € 792,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiser01] ;
5.5.
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.